1920 – 1925

1920 - 1921

90 leden

Kampen

Lembeke (Sinksen)
Lembeke (Gentse Feesten)
Lembeke (27/8 – 3/9)

Moeilijkheden

Het grote enthousiasme van het eerste uur blijft niet duren. Maurits Vanhaegendoren ziet voor deze algemene inzinking vele redenen : de toeloop is te groot en de leiding te onerva­ren, er is heel wat antimilitarisme en in de na­oorlogse ontreddering zoekt de jeugd eerder aarzelend haar weg. Onze groep moet daarbij vanaf november 1920 haar aalmoezenier missen, die naar Antwerpen wordt overgeplaatst. Bovendien vervult Leon Elaut zijn legerdienst en is hij als grote bezieler slechts af en toe beschikbaar.

Het ledenaantal loopt sterk terug. Op de processie in juni 1920 verschijnen slechts 35 scouts. In de troepsraad is sprake van radicale ontbinding en intrede slechts op twee voorwaarden 1) vermijden van jaloersheid 2) stipte gehoorzaamheid.

Toch brengt september voldoende avontuur. Er wordt drie dagen gekampeerd op een ei­land in Overmere-Donk. Per vrachtwagen reizen 29 scouts naar Blankenberge om er te zwemmen. Vertrek om 4 uur en terug om 21.00 uur.

Hoornblazers

Onder leiding van Albert Nevejans, die in 1921 de badge Hoornblazer 1ste rang behaalde, vormden twaalf klaroenblazers een korps, dat tot ver buiten de gemeente grote bekendheid genoot. Bij uitstappen en optochten liepen zij voorop, bij alle plechtigheden waren ze van de partij. Op winteravonden werd er geregeld geoefend.

Engelsen in ons Hoofdkwartier

Toen op 25 maart 130 scoutsmasters en enkele gidsenleidsters uit Kent in Gent aankwamen, werden zij in onze lokalen op verrassende wijze ontvangen. Zij genoten niet alleen een schitterend programma met uitgebreid bezoek aan Gent, maar bezochten met drie bussen ook de Ijzervlakte en overnachtten dan in Ieper. De H.D.B.-masters hadden onder leiding van August De Schrijver alles in het werk gesteld om het hen naar hun zin te maken. Ze beschikten over alle komfort in de ingerichte slaap- en restauratiezaal. Er was bovendien voor hen een postkantoor, snoepwinkel en wisselkantoor ingericht. Dit buitenlands bezoek is in Gentbrugge niet ongezien voorbijgegaan. Een paar dagen later kwamen nog dertien Engelse Rovers in onze lokalen overnachten.

Jamboree te Diest

Aan de nationale Jamboree te Diest van 6 tot 16 augustus namen 18 Gentbrugse scouts deel. Vier ervan reden per fiets naar Diest : Maurice De Schrijver, Jacques Schoofs, Leon Van Puyvelde en Roger Collijn.

1921 - 1922

circa 50 leden

Kampen

Lembeke (26/8 – 2/9 1922)

Malaise

De zeer schaarse gegevens over de activiteiten van de komende acht scoutsjaren, de hulpkreten van August De Schrijver en Leon Elaut in artikels van de Masters Gazette van september 1921, waarin zij voor de toekomst en de juiste geest van scouting vrezen, maar vooral de lage ledenaantallen tonen aan dat de groep na een onstuimige start in een diepe crisis valt, waaruit zij slechts langzaam zal herstellen.

Een flinke deuk in de al moeilijke tijden wordt door een afscheuring binnen de groep veroorzaakt. Enkele oudere leden, meestal uit begoede kringen, willen niet meer met de jongeren kamperen en trachten een afzonderlijke troep te stichten, omdat ze van de parochiale overheid geen steun krijgen.

Er is in die tijd sprake van de fideelkes of de jonge getrouwen en de contra-fidelen, die slechts een zeer tijdelijk bestaan kennen.

Zomerkamp Lembeke

De scoutsvergaderingen kennen dit jaar hun normale gang. In september vindt de jaarlijkse hulde plaats voor H.D.B., de klaroenblazers nemen deel aan een feest in Ninove, er worden vele uitstappen georganiseerd en in regelmatige troepsraden worden de vergaderingen besproken. In de zomer wordt van 26 augustus tot 2 september gekampeerd in Lembeke bij de heer Dhaenens. Verschillende grote spelen, een klopjacht en een nachtwandeling zorgen voor voldoende avontuur. Op het terrein wordt het stuk Gesneuveld opgevoerd.

1922 - 1923

circa 30 leden

Kampen

Lembeke

Moeilijk gaat ook

Ondanks de labiele leidingssituatie hield de groep op be­scheiden wijze stand. De opvang en de goede begeleiding van de aanvankelijk massale toeloop van scoutskandidaten waren een onmogelijke kaart gebleken. Ook al stonden zo’n honderd jongelui op korte tijd in een voor die tijd toch duur scoutsuniform, voor velen is het slechts een korte kennismaking gebleven.

Van deze problemen zullen de regelmatig aanwezigen op de wekelijkse vergaderingen, uitstappen en andere activiteiten wel geen last hebben gehad. Zeer vaak werden leiderstaken door patrouilleleiders overgenomen. Gekampeerd werd er in ieder geval en daartoe werd de vaste stek te Lembeke getrouw bezocht.

1923 - 1924

circa 30 leden

Kampen

– Lochrist
– Kwaremont
– Kwaremont

Voor het eerst ging de aalmoezenier E.H. De Smet mee op kamp. De troepsactiviteiten hadden het hele jaar door de afwezigheid van Leon Elaut maar op een laag pitje gebrand en dat liet zich ook op het kamp voelen, omdat bijna alles aan de patrouilleleiders werd overgelaten. Tijdens het jaar waren er wel geregelde bijeenkomsten geweest, maar niet om erg typische scoutsactiviteiten te onder­nemen. Vaak luisterde men met de aalmoe­zenier, die zich graag met radio bezighield, naar muziek- of andere programma’s.

1924 - 1925

48 leden

Kampen

– Lembeke
– Waarschoot
– trektochten Wenduine
– Knokke – De Panne

Eerste groepsblaadje

Dit jaar verschijnt onder redactie van Gerard Waeytens en Walter Patoor en met hier en daar een bijdrage van Leon Elaut een maandelijks Scoutsbladje. Het werd met de hand geschreven en getekend met speciale paarse inkt en op een gelatine-achtige vlakke massa, die in een zinken platte doos voor reiniging kon worden opgewarmd, op een beperkte oplage afgedrukt. Het eerste nummer bevat een programmatekst en bijdragen voor de scouts, maar ook voor de beide ondertussen opgerichte andere takken : de cubs en de rovers of de welpen en de voortrekkers. Behalve gegevens over de werking , de proeven en de reglementen van de verschillende takken zijn er mededelingen van het district, grapjes in de rubriek Lachkruid en heel wat stichtende leuzen. Omdat er slechts drie nummers in verschillende exemplaren bewaard zijn, mogen we veronderstellen dat de maandelijkse publicatie niet al te lang werd volgehouden.

Cubs of wolfjes

In de eerste maanden van de groep werden enkel leden vanaf 15 en 14 jaar toegelaten en pas vanaf oktober 1919 jongens van 12 jaar. In 1924 startte onze groep met welpen van 8 tot 12 jaar. De cubwerking was in Engeland vol­doende uitgeprobeerd en vanaf 1916 defi­nitief van start gegaan. Deze tak biedt onze groep de mogelijkheid het ledenaantal wat op peil te houden en voor de toekomst te zorgen. Zo’n 13 nieuwe leden melden zich aan: Jozeph De Coninck, Albert De Coninck, Gustaaf Cattoir, Oscar Poelman, Alfred De Mol, Albert Waeytens, Frans De Nayer, Victor Spruytte, Maurice Goeminne, Gaston Delforge, Aimé Verzele, Jozef Coene en Guillaume Merckx. Via het nieuwe groeps­blaadje worden ze opgeroepen geregeld aan­wezig te zijn, hun tenderpadproeven te komen afleggen en enthousiast mee te doen. De be­narde situatie van de leiding zorgt er echter voor dat de welpentak in 1929 bijna zo goed als opnieuw moet worden opgestart.